De Schijf van Vijf-indicator meet het verkoopvolume (in kg) van voedingsmiddelen die in de Schijf van Vijf staan ten opzichte van het totale verkoopvolume van voedingsmiddelen in supermarktketens. Hiervoor is een objectieve beoordeling op productniveau nodig om te bepalen of een product wel of niet in de Schijf van Vijf staat. Het Voedingscentrum beoordeelt op onafhankelijke en uniforme wijze of voedingsmiddelen wel of niet tot de Schijf van Vijf staan, volgens de criteria van de Richtlijnen Schijf van Vijf. Voor de huidige resultaten geldt dat de oude Richtlijnen Schijf van Vijf(externe link) die in 2025 geldig waren, zijn toegepast. De Schijf van Vijf-beoordeling op productniveau wordt vervolgens gekoppeld aan het verkoopvolume van het voedingsmiddel, dat door supermarktketens wordt berekend.
Supermarktketens rapporteren het verkoopvolume (uitgedrukt als een percentage) van voedingsmiddelen die in de Schijf van Vijf staan ten opzichte van het verkoopvolume van alle voedingsmiddelen. Het verkoopvolume is de vermenigvuldiging van het aantal verkochte voedingsmiddelen (afzet) en het gewicht per product (per stuk). Metingen betreffen zowel huismerk- als niet-huismerkvoedingsmiddelen uit het vaste én tijdelijke assortiment van alle supermarktformules (franchise, to go, bezorgservice/online). Voedingsmiddelen waarvoor geen criteria zijn, zoals bijvoorbeeld babyvoeding (< 1 jaar), voedingssupplementen en het non-foodassortiment vallen buiten de scope van de monitor. De berekening van de indicator is niet bij alle supermarktketens gebaseerd op een volledige dekking van het assortiment, waardoor het resultaat minder betrouwbaar is dan wanneer de dekking wel 100% is.
De Schijf van Vijf-beoordeling is gebaseerd op informatie uit de Levensmiddelendatabank(externe link). Voor bepaalde supermarktketens is de Schijf van Vijf-beoordeling niet of niet volledig via de Levensmiddelendatabank uitgevoerd. In deze gevallen is via een alternatieve route bepaald of voedingsmiddelen tot de Schijf van Vijf behoren en zijn voedingsmiddelen handmatig ingeschat op basis van beperkte informatie (zoals ontbrekende voedingswaarden en ingrediëntenlijsten). Hierdoor is de Schijf van Vijf-beoordeling minder nauwkeurig en bestaat er meer onzekerheid over de betrouwbaarheid van de uitkomsten.
Validiteit en betrouwbaarheid
In deze paragraaf staat beschreven in hoeverre de gegevens in het dashboard een valide beeld geven van hetgeen we willen beschrijven (validiteit) en hoe betrouwbaar de gegevens zijn (betrouwbaarheid). Onder validiteit wordt verstaan: de mate waarin een indicator daadwerkelijk meet wat we willen weten. Afwijkingen in definities kunnen bijvoorbeeld de validiteit van een indicator verlagen. Betrouwbaarheid heeft betrekking op onzekerheid in de data en de vraag of de uitkomsten in een ander, vergelijkbaar onderzoek hetzelfde zouden zijn.
De validiteit van de data in dit dashboard is ingeschat aan de hand van de eenduidigheid van de definities van de indicatoren zoals die in de verschillende bronnen zijn gebruikt. Daarbij zijn input van de supermarktketens en expertkennis van het Voedingscentrum, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en Wageningen Social & Economic Research gebruikt. Van veel gegevens in dit dashboard is het lastig om de betrouwbaarheid exact te meten. Er is een inschatting gemaakt op basis van de aard van de gebruikte bronnen en de mate waarin de gegevens gebaseerd zijn op gevalideerd onderzoek.